Een ochtend in de schakelklas

Vooraf
In de schakelklas wordt op twee ochtenden gewerkt aan het vergroten van lees- en taalvaardigheden. Dat doen we op een afwisselende manier, met verschillende activiteiten.

Lezen
Na een kort kringgesprek en samen bidden beginnen we met al snel met lezen: de les uit de leesmethode wordt aangeboden.
Het kan zijn dat er twee of drie verschillende niveaus in de groep zijn. Als de ene groep instructie krijgt is de andere groep met een opdracht bezig die ze zelfstandig kunnen uitvoeren.
Tijdens de verwerking van de les worden de kinderen begeleid door de leerkracht.
Er wordt veel mondeling uitgelegd hoe ze de opdrachten kunnen uitvoeren.

Woordenschat
Voor de uitbreiding van de woordenschat gebruiken gebruiken wij onder andere het materiaal LOGO 3000.  Daarnaast kiezen we voor woorden die in de leesmethode voorkomen. De leerkracht legt en/of beeldt het woord uit en combineert ze met andere woorden die hiermee te maken hebben. Als een kind een woord vaak heeft gehoord tijdens het uitleggen, gaat het lezen ervan sneller en begrijpt het kind de teksten sneller.

Mondelinge taalvaardigheid
Vanuit het lezen en de woordenschatvergroting bedenken de leerkrachten allerlei werkvormen. Kinderen voeren zelfstandig opdrachten uit of samen met anderen. Het stimuleren van de mondelinge communicatie is een belangrijk doel. Door een opdracht samen te doen, moet je dingen aan elkaar vragen of uitleggen.
De kinderen krijgen ‘de vertelketting’ mee naar huis. Dat betekent dat ze iets van thuis mogen meenemen en daarover mogen vertellen. Een soort spreekbeurt. De andere kinderen mogen ook vragen stellen.
In de schakelklas is de geheime doos en de niet-vergeten-map: kinderen worden uitgedaagd iets te vertellen en de andere leerlingen om goede vragen te stellen en dus kritisch te kunnen luisteren.

Een doorkijkje om de samenhang van alle aspecten te verduidelijken
Het woord ‘vis’ wordt aangeboden in de leesmethode.
De leerkracht biedt het woordcluster ‘de vis, de vin, de kieuw, de schubben’ aan. Dat zijn woorden die voorkomen in het prentenboek dat hoort bij de leesmethode.
De kinderen knutselen zelf vissen waarbij de vin en de kieuw en de schubben duidelijk te zien zijn!
In de boekenhoek liggen boeken over vissen. Deze zijn bij de bibliotheek gehaald: er mogen om de acht weken drie kinderen mee met de leerkracht (geldt alleen voor Leerdam) om boeken te lenen. Er worden leesboekjes gekozen, maar ook boeken met thema’s die de kinderen zelf aangeven…..
Iemand mag iets over zijn hobby ‘vissen’ vertellen en neemt zijn vishengel mee naar de schakelklas. De ‘vertelketting’ wordt dan gebruikt.
Er wordt gepraat over wat er nog meer in het water zwemt. Zo kan er weer een nieuw woordcluster ontstaan.
Of we doen het spelletje: Ik zwem onder water en ik zie………..(er moeten zoveel mogelijk woorden genoemd worden die met dit onderwerp te maken hebben)
De ochtend is bijna te kort om dit allemaal te doen, daarom gaat de tijd heel snel!



Webdevelopment: ONMEDIA